Abraham van Stripiaan Luiscius

Abraham van Stipriaan Luiscius (10 oktober 1763 te Oudewater – 2 mei 1829 te Delft) was de zoon van Harmen Stipriaan en Agatha Copper. Toen hij 18 jaar was, ging in de leer bij dokter Servaas in Delfshaven. In 1784 begon hij zijn studie aan de universiteit van Leiden en daar verdedigde hij in 1788 zijn dissertatie. In datzelfde jaar, op 11 augustus, huwde hij in Delfshaven Theodora Jacoba Luiscius. Na haar overlijden, in 1796, trouwde hij met Gertrude Diodati.

Van Stipriaan vestigde zich als arts in Delft en hield zich daarnaast ook bezig met scheikundig onderzoek. Samen met dokter A. Bondt publiceerde hij over de eigenschappen van de melk van vrouwen, koeien, geiten, schapen, ezelinnen en paarden. Zij kregen daarvoor een onderscheiding van de Koninklijke Maatschappij der Geneeskunst te Parijs. Van Stipriaan was ook redacteur van het tijdschrift ‘Scheikundige Bibliotheek’ en publiceerde daar regelmatig in. In 1801 begon hij met enkele collega’s het tijdschrift ‘Geneeskundig Magazijn’.

Van Stipriaan was een voorstander van de koepokvaccinatie. Pokken was een uitermate besmettelijke ziekte die in zijn tijd nog veel slachtoffers maakte. Hoewel zijn werk van grote wetenschappelijke waarde was, weigerde hij om een aanstelling aan een universiteit te aanvaarden. Ook baantjes met aanzien, zoals de functie van geneesheer van het Huis des Konings, wees hij af.