Cornelis Coninck

Cornelis Coninck (ca 1600-1659) was brouwer in ’t Wapen van Oudewater aan de Havenstraat. Hij had de brouwerij overgenomen van zijn vader, Andries Coninck. Andries was zijn werkzame leven begonnen als schipper, werd vervolgens brouwer en werd in 1618 benoemd tot vroedschap. 

Een goede brouwer kon prima leven van zijn productie. Iedereen dronk bier, zelfs kinderen: koffie en thee waren nog niet bekend en zonder koelkast was melk niet lang houdbaar. Het ging dan vooral om vers bier met een laag alcoholpercentage. In de middeleeuwen brouwden veel vrouwen het bier voor gebruik in het eigen gezin, maar het was uiteindelijk toch wel zo handig om bier bij een brouwerij te halen. Brouwerijen waren er in elke stad. In de zeventiende eeuw waren er vijf brouwerijen in Oudewater en de brouwers behoorden tot de rijkste mannen van de stad. Er wordt wel gezegd dat met de belasting op bier de soldaten zijn betaald waarmee de Republiek de Tachtigjarige Oorlog heeft gewonnen.

Cornelis Coninck was vanaf 1655 raad in de vroedschap van Oudewater. Eerder was hij al weesmeester geworden. Hij was in 1625 getrouwd met lijndraaiersdochter Jannichgen Jans van Swammerdam. Zij kwam uit een welgestelde familie van lijndraaiers. Haar grootvader Simon Jansz van Swammerdam had – onder andere – in 1603 een groot huis in de Leeuweringerstraat laten bouwen dat nog steeds een gevelsteen heeft met zijn handmerk. Haar vader Jan Simonsz van Swammerdam was burgemeester van Oudewater geweest. 

Cornelis en Jannichgen hadden één zoon: Johan. Hij werd geboren op 1 januari 1642, na bijna 17 jaar huwelijk. Johan studeerde rechten in Leiden en werd later diverse malen burgemeester van Oudewater. Zoon Johan was de enige erfgenaam van alle rijkdom die Cornelis Coninck had vergaard: diverse huizen in Oudewater en boerderijen rond de stad. 

Maar Cornelis liet ook een legaat na aan het Weeshuis van Oudewater. Daarvan werd elk jaar op 1 januari, de geboortedag van zijn enige zoon, een feestmaaltijd georganiseerd voor de weeskinderen, een ‘avontmaeltijt van vrolijcheyt’. Om die reden hing een portret van Cornelis in de regentenkamer van het weeshuis, samen met de portretten van twee andere personen die een legaat aan het weeshuis hadden nagelaten.

Op het portret uit de regentenkamer, dat bewaard is gebleven in de Heksenwaag, is een wapen met vier kruisen te zien. Het kruis was het wapenteken van de familie Coninck en is ook te zien op de grafsteen van de echtgenote van Johan de Koning, Lucia Catharina van Everdingen. 

De kleding van de geportretteerde – zoals de molensteenkraag – is typerend voor de eerste helft van de zeventiende eeuw. Het portret is niet gesigneerd en de schilder is daarom onbekend, maar het is duidelijk een geoefend portretschilder.