Cornelius de Jong van Rodenburgh

1762-1838 – Schout bij Nacht

Cornelius de Jong van Rodenburgh werd geboren in Oudewater in 1762 als zoon van Dominicus de Jong en Johanna Clasina de Roode. Zijn vader was secretaris van Oudewater. Zijn moeder stamde uit een familie die al generaties lang tot de notabelen van Oudewater behoorde: de brouwersfamilie Van Rodenburgh, tevens eigenaren van het landgoed Rodenburgh bij Leiden, de familie Schrijver, nazaten van de Leidse geleerde Petrus Scriverius, en de familie van Zijll, nazaten van de arts Rudolf van Zijll. Het gezin woonde waarschijnlijk in het ‘voorvaderlijk huis’ in de Leeuweringerstraat, tegenwoordig de nummers 55-59.

Als veertienjarige jongen ging Cornelius naar zee, als adelborst op het fregat Thetis. Na drie jaar, in 1779, keerde hij naar Oudewater terug. Zijn volgende reis maakte hij als vierde luitenant. Hij raakte enige tijd krijgsgevangen van de Britten. Zijn carriëre verliep voorspoedig: in 1785 werd hij kapitein en toen hij in 1788 weer naar Oudewater kwam, was zijn fortuin gemaakt. Zijn vader had in dat jaar een functie als secretaris in Weesp aanvaard en het ouderlijk huis werd verkocht.


In 1791 kwam Cornelius met zijn fregat aan in Kaapstad, waar hij zijn aanstaande vrouw leerde kennen. In die tijd was de Republiek in oorlog met Frankrijk. Pas in 1794 kwam Cornelius weer terug om te trouwen. Omdat zijn vrouw snel zwanger raakte, moest hij alleen terug. Tijdens de reis hoorde hij dat de Republiek door politieke verwikkelingen ( de patriotten waren aan de macht gekomen ) nu weer in oorlog was met Engeland maar hij wist de vloot veilig naar Noorwegen te brengen. Hij kreeg een jaar verlof om zijn vrouw en zijn dochter op te halen. In Nederland zouden nog zes kinderen geboren worden. Zodra hij terug was, kreeg hij het commando over een schip in het eskader dat de Russisch-Engelse vloot moest afslaan. Niet alle Nederlandse kapiteins waren pro-patriottisch en sommigen liepen over naar de Engelsen. Cornelius was neutraal gebleven maar werd toch veroordeeld door de Hoge Zeeraad en verbannen. Hij vestigde zich met zijn gezin op het landgoed Duivenvoorde bij Kleef. Hij schreef hier een aantal reisverhalen en maakte een begin met een publicatie om zijn onschuld aan te tonen. Nadat de Republiek was ingelijfd door Frankrijk, mocht Cornelius terugkeren en het gezin vestigde zich in Vught. In 1814 kreeg hij eerherstel. In 1815 vertrok het gezin naar Den Haag waar Cornelius ook allerlei bestuurlijke functies vervulde.
Inmiddels waren zijn moeder en zijn zusters teruggegaan naar Oudewater. Zij bezaten hier nog diverse huizen, maar vestigde zich in de Bank van Lening aan de Donkere Gaard. Adriana Maria en Clementia de Jong organiseerden hier de verkopingen.
Cornelius de Jong van Rodenburg belegde veel geld in grond rond Oudewater. Van 1815 tot 1825 was hij eigenaar van het huis Markt oostzijde, waar later dokter Van Praag woonde en nog later makelaardij Meesters gevestigd was. Hij kocht ook andere huizen van zijn moeder. In 1838 stierf hij in Den Haag.

Het portret in de trouwzaal in geschonken door één van zijn nazaten.