Herman de Man

Herman de Man (11 juni 1898 te Woerden – 14 november 1946 te Schiphol) was de zoon van Herman Salomon Hamburger en Sara Cohen Schavrien. Bij zijn geboorte kreeg hij de naam Salomon Herman Hamburger. Van Woerden ging het gezin naar Benschop en in 1910 volgde een verhuizing naar Oudewater. Daar woonden zij enkele jaren in een huis in de Leeuweringerstraat. Hamburger sr. was koopman en trok met zijn koopwaar, onder andere tweedehands spullen, rond bij de boeren. Zo leerde de jonge Salomon de samenleving in de Lopikerwaard goed kennen.

In 1919 begon zijn carrière als journalist. Hij gebruikte daarbij voor het eerst het pseudoniem Herman de Man. In 1922 verscheen zijn eerste roman, ‘Aardebanden’, geschreven terwijl hij een gevangenisstraf uitzat. Kort daarna trouwde hij met Eva Jeannette Marie Kalker.

In 1925 verscheen zijn roman ‘Het wassende water, een streekroman die zich afspeelt in de Krimpenerwaard. De titel is afgeleid van de naam van een boerderij in Hoenkoop. Het werd zijn meest bekende boek en is ook verfilmd in een televisieserie. Oudewater en de boerenbuurten rond de stad spelen een grote rol in de streekromans van Herman de Man. Zo voerde hij in ‘Rijshout en Rozen’ de Oudewaterse dokter Van Praag ten tonele.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Herman de Man niet in Nederland. Bij zijn terugkeer bleken zijn vrouw en vijf van zijn kinderen in een concentratiekamp vermoord te zijn.

Herman de Man kwam om het leven bij een vliegtuigongeluk. Hij is begraven in Oudewater.