Johannes Justus Montijn

1769-1833 – burgemeester

Johannes Justus Montijn werd op 14 mei 1769 te Oudewater gedoopt als oudste zoon van Samuel Montijn en Carolina Philippina Elisabetha Huge. Hij huwde op 14 juni 1789 te Oudewater met Catharina Puijt, dochter van Maerten Jansz. Puijt en Pieternella Adriaansdr. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren, de zoons Samuel Justus, Adriaan Maarten en Carel Dirk en een dochter Petronella Maria. Johannes Justus Montijn overleed op 15 januari 1833 te Oudewater.

De Oudewaterse familie Montijn stamt af van Antony Mo(n)tijn die in 1674 als korporaal in Oudewater gelegerd werd en met de Oudewaterse Janneken Verhoogh trouwde. Hun zoon Anthony werd lijndraaier en nam in 1708 een lijnbaan aan de Biezenwal over. De derde generatie, Jan Montijn, huwde een telg uit de vooraanstaande lijndraaiersfamilie Copper en vervulde openbare functies zoals vroedschap en schepen.

Samuel Montijn, de vader van Johannes Justus, behoorde tot de vierde generatie en was net als zijn vader en grootvader lijndraaier. Hij trouwde met Carolina Philippina Elisabetha Huge uit Waldeck. Zij was in Oudewater beland omdat haar broer Rudolff Huge officier was bij het garnizoen in Oudewater en hier trouwde met de brouwersdochter Elisabeth Christina van Pamburg. In het gezin van Samuel werden zes jongens en één meisje geboren. Samuel overleed in 1781: het jongste kind was toen drie jaar en Johannes Justus was dertien jaar. De touwslagerij was in de achttiende eeuw geen vetpot: het aannemen van een meesterknecht zou een grote uitgave zijn. Toen Carolina Huge in 1788 haar testament maakte, legateerde zij aan Johannes Justus de baan en baanschuur bij de Nieuwpoort ‘wegens getrouwe hulp en dienst’ sinds het overlijden van Samuel Montijn. Johannes Justus had ‘de affaire in de baanspinderij onderhouden zonder beloninge of betalinge of iets anders dan de kost en kleding’. Het gaat hierbij om de kleingarenbaan die in 1820 werd afgebeeld op het schilderijtje van Martinus Spruyt. Twee vrouwen, een jongen en een man lopen met de hennep voor hun buik al spinnend over de paden van de baan. Rechts is de stadswal zichtbaar, links achter de achterzijde van enkele huizen aan de Kapellestraat. Samuel Montijn had deze baan in 1772 gekocht van Gerrit Breda de Oude. In 1832 is de baan eigendom van Johannes Justus’ zoon Samuel Justus. Het schilderijtje door de Oudewaterse schilder Martinus Spruyt is mogelijk gemaakt ter gelegenheid van de overdracht van de baan aan Samuel Justus.

Aan het einde van de achttiende eeuw kregen de patriotten in Oudewater voet aan de grond. De familie Montijn schaarde zich hieronder met onder andere Johannes Justus’ oom Anthony Montijn en zijn oudste zoon Jan, zijn oom Dirk Montijn en aangetrouwde familie zoals Olivier Daniel Huge en meester metselaar Cornelis Baan. De gemoederen konden hoog oplopen. Zo werd in de nacht van 28 op 29 december 1786 een plakkaat met dreigementen tegen het huis van Olivier Daniel Huge, Markt nr. 4-6, geplakt en werden de ruiten ingeslagen. In het voorjaar van 1787 kregen de patriottische schutters, waaronder Anthony Montijn en Olivier Daniel Huge, het aan de stok met de burgemeesters over de exploitatie van de Schuttersdoelen in de Kapellestraat. In september 1787 deden de patriotten een poging om de Pruisische troepen buiten de stad te houden en bezetten zij de poorten. In december van dat jaar werd Johannes Justus Montijn samen met Adrianus van Engelen door een menigte prinsgezinden naar het stadhuis gesleept om te worden gestraft. Montijn en Van Engelen werden, om een lynchpartij te voorkomen, gevangen gezet.

In de jaren die volgden, leek de rust weergekeerd. Johannes Justus Montijn huwde op 14 juni 1789 te Oudewater Catharina Puijt, die afkomstig was uit Gouda. In 1790 werd hun oudste zoon geboren, Samuel Justus, twee jaar later gevolgd door Adriaan Maarten. In 1794 viel een Frans leger Nederland binnen. Willem V nam de vlucht naar Engeland. Burgemeester en notaris Arien Vermij vertrok uit Oudewater en de overgebleven burgemeester Johan Willem van Noord trad in januari 1795 op verzoek van de patriotten Marcus Johannes Verroen en Johannes Justus Montijn af. Johannes Justus werd ‘maire’, baljuw en schout, een benoeming die bij de eerste verkiezingen in maart 1795 werd bevestigd.

In april 1795 kocht Johannes Justus Montijn een huis in de Kapellestraat tegenover het stadhuis, een ideale burgemeesterswoning. De bakkerij van Jan Adam Schwawagt scheidde hem van de Oude Huygensteeg. Toen in 1802 een groep Franse soldaten van het garnizoen herrie schopte bij het stadhuis, hoefde Johannes Justus dan ook alleen maar uit zijn deur te stappen om hen tot de orde te roepen. Eén soldaat bleef hem bespotten en Johannes Justus wilde de man laten arresteren. De andere soldaten trokken hun degens en gingen de burgemeester te lijf. Hij werd tegen de gevel van het stadhuis aan gegooid en kreeg een klap op zijn hoofd. Enkele burgers snelden hem te hulp en met de gewaarschuwde Franse commandant wisten zij Montijn te ontzetten. De soldaten werden streng gestraft, hoewel zij volhielden niet te weten dat het de ‘origineele bailliuw’ was die zij te pakken hadden genomen.

In 1808 liet Johannes Justus Montijn een volkstelling houden in Oudewater. Van elk gezin werd het gezinshoofd, diens beroep, de samenstelling van het gezin en de belastingcategorie genoemd. Zo bestond het gezin van Johannes Justus Montijn uit zes personen: twee gehuwden, drie kinderen en een dienstbode. Als beroep liet hij ‘baandersbaas’ noteren. Naast zijn werk als burgemeester was hij nog steeds actief als lijndraaier. de gilden waren inmiddels opgeheven en ieder bedrijfje moest geregistreerd zijn in het patentregister. Montijn werd in 1809 geregistreerd onder nummer 362 als ‘fabrikant in touwwerk’. Een jaar later liet hij bij de notaris een machtiging opmaken om geld te kunnen innen van een crediteur in Zwartewaal, aan wie hij voor 345 gulden touwwerk had geleverd.

Een van de vele taken van Johannes Justus Montijn was de rechtspraak. De meeste zaken die hij behandelde betroffen belastingontduiking en smokkel. Zo werd in 1796 Jan van Schaik, herbergier in de Witte Leeuw, voor hem gebracht op beschuldiging van het ontduiken van de belasting op wijn. Omdat Jan van Schaik de flessen kapot had laten vallen, was er geen bewijsmateriaal meer en liet Montijn hem gaan. In 1805 liet Montijn enkele leden van de ‘bende van het Zwartjesgoed’ vastzetten, een groep zwervers die een reeks van diefstallen maar ook een roofmoord op hun geweten hadden. De moord was gepleegd buiten Gorkum, maar dat was geen belemmering om de bende deels in Oudewater en deels in Woerden te straffen. Montijn liet de drie mannen executeren maar de enige vrouw in de groep kreeg omwille van haar jeugd niet de doodstraf maar levenslang tuchthuis. In 1808 werd Salomon Levi Cohen opgepakt op beschuldiging van diefstallen in Oudewater. Toen hij enige betrokkenheid bekende bij een moord die door Eleazar Mozes van Buren in Montfoort zou zijn gepleegd, werd Van Buren naar Oudewater gelokt en gearresteerd, wat weer protesten van Montfoort ten gevolge had. Van Schaik, de ‘bende van het Zwartjesgoed’ en Salomon Levi Cohen werden nog allen berecht voor de schepenbank: de schepenen die het stadsbestuur vormden, waren tevens rechters en waren aanwezig bij de verhoren. Nadat Nederland in 1810 was ingelijfd bij het Franse keizerrijk veranderde dit systeem en in 1811 werd de schepenbank in Oudewater opgeheven.

Ook voor ‘maire’ Montijn veranderde er het een en ander met de inlijving bij Frankrijk. Hij moest voortaan verantwoording afleggen aan de sous-prefect van het departement Utrecht, waar Oudewater nu bijhoorde. Er werd onder andere gerapporteerd over landbouw en industrie in en direct rond het stadje. In 1811 kreeg Montijn aanwijzingen voor een nieuw ambtskostuum. Daarbij hoorde een ‘donkerblauwe rok’ (jas), een ‘rode sjerp met drie couleurige faranje’ en als hoed een ‘driekantige louder’. Zo ontving Montijn op zondag 27 oktober keizer Napoleon, die het stadje passeerde op zijn rondreis door Nederland. Montijn had een compleet feestprogramma klaar: vier erepoorten à raison van 546 gulden, verlichting aan de openbare gebouwen, twee nieuwe vlaggen, twaalf meisjes dienden klaar te staan om de keizerin te begroeten, de klokken moesten geluid worden en de stadssleutels dienden te worden verguld. Rond 10 uur ‘s morgens arriveerde Napoleon bij de poort van IJsselveere, kreeg de stadssleutels aangeboden en hoorde een toespraak van Montijn aan. Om 12 uur kwam de koets van de keizerin in zicht. Zij liet de twaalf meisjes staan en reed zonder te stoppen door de stad. Montijn sloot de dag af met enkele feestelijke bijeenkomsten: voor de stedelijke overheid, de predikanten en de pastoors op het stadhuis, voor de officieren, de leden van de burgerwacht en andere betrokkenen in de Schuttersdoelen.

Inmiddels had Montijn nog twee huizen aangekocht. In 1807 kocht hij uit de boedel van Cornelis de Man het huis Visbrug 2 (?) In 1811 kocht hij het huis van zijn buurman aan de Kapellestraat, Johan Adam Schawagt. Hij liet dit huis met zijn eigen woning samentrekken tot een classicistisch pand met een nieuwe kap. Mogelijk woonde hij tijdens de verbouwing aan de Visbrug. Dit laatste huis verkocht hij in 1829 aan horlogemaker Gerrit Sirre. Het huis aan de Kapellestraat werd later tot woonhuis van de familie Van Duinen Montijn en werd in 1914 afgebroken voor de bouw van het Sint-Antonius patronaat.

Toen de Franse tijd ten einde was, liet Johannes Justus Montijn de Hollandse vlag van het stadhuis en de toren uitsteken. In een publicatie riep hij de burgers van Oudewater op om de rust te bewaren en niemand te beledigen of te provoceren. Montijn bleef ook met deze wisseling van de wacht burgemeester.

Johannes Justus Montijn overleed op 15 januari 1833 in zijn huis aan de Kapellestraat. Zijn zoon Samuel Justus werd lijndraaier en diens zonen Johannes Justus en Teunis Dirk waren achtereenvolgens waagmeester in Oudewater. Teunis Dirk, die eigenlijk schilder van beroep was, vereeuwigde op de balken van de waag in grote geschilderde letters de hoogtepunten uit zijn carriëre als waagmeester. Adriaan Maarten Montijn volgde zijn vader op als burgemeester van Oudewater.