Talycken Dirckx

+/-1620 – 1673 – vroedvrouw

Talycken of Taelcken Dirckxdr Vlugge en haar man Amel Gerritsz van Schaijck woonden zeker vanaf 1631 in Oudewater. Amel Gerritsz van Schaijck was afkomstig uit Amersfoort. De ouders van Talycken Dirkcx, Dirck Lubbertsz Vlugge en Jannichien Sijben Egberts, blijken later in Emden te wonen, maar het is het niet duidelijk waar zij geboren is. Het echtpaar had negen kinderen: Jan, Gijsbert, Frans, Lubbert, Gerrit en Cornelia plus nog drie die anoniem begraven werden. 

Van Schaijck was werkzaam als sluiswachter in Oudewater en het gezin woonde in een huis aan de zuidzijde van wat tegenwoordig de Vinkenbuurt heet. Talycken werd in 1637 voor het eerst als stadsvroedvrouw genoemd. Zij werd op 2 februari van dat jaar bij de bevalling van de ongehuwde Aeltge Dirckx geroepen en vroeg haar volgens voorschrift wie de vader van haar ongeboren kind was. Enkele dagen later liet Talycken haar verklaring over het vaderschap van dit kind bij een notaris vastleggen. In 1654 bemiddelde Talycken samen met de chirurgijn in een zaak tussen een jonge boerenzoon en een meisje dat tegen haar zin een kind van hem had gekregen. In 1666 legde Talycken samen met zeven andere vrouwen een verklaring af over het vaderschap van het kind van een weduwe: dit kind werd uiteindelijk alleen op de naam van de vader gedoopt en op zijn kosten opgevoed.

Op de lidmatenlijst van de Gereformeerde kerk komt Talycken in 1656 voor als ‘Talike moer’. Er waren altijd twee vroedvrouwen in Oudewater. In 1648 wordt Jannichge van Zuijlen als vroedvrouw genoemd en vanaf 1658 Aeltge Aerts. Niettemin had Talycken Dirckx een lange staat van dienst en moet zij als lidmaat voor het stadsbestuur als een betrouwbaar persoon hebben gegolden. Het is dan ook aan te nemen dat Talycken Dirckx de vroedvrouw was die Leentje Willems in 1647 voorafgaand aan haar weging in de waag controleerde op verborgen gewichten.

Op 18 januari 1673 liet Talycken notaris Ewout Slappecoorn bij zich thuis komen, waar zij ziek bij het vuur zat, om de onkosten vast te laten leggen die zij had gemaakt voor de opvoeding van de dochter van haar reislustige zoon Frans. Talycken overleed in april 1673. Bij haar begrafenis luidde het Willibrordsklokje, dat normaal alleen bij begrafenissen van kinderen werd geluid.