Theodora C. Ritman-van Rhijn

1883 – 1978 – 1e vrouwlijke Gemeenteraadslid

Theodora Catharina van Rhijn werd op 19 april 1883 geboren te Schiedam als dochter van Jacobus van Rhijn en Maartje van den Berg. Zij huwde op 1 september 1926 George Lodewijk Ritman. Ritman was in Schiedam geboren, had in Leiden farmacie gestudeerd en was inmiddels al enkele jaren apotheker in Oudewater. Het echtpaar woonde in het huis Leeuweringerstraat 13, naast de apotheek.

In 1929 werd Theodora Catharina Ritman-van Rhijn gekozen als lid van de gemeenteraad van Oudewater voor de partij Gemeentebelang. Bij haar installatie, op 9 augustus, brachten burgemeester en wethouders een voorstel tot schorsing van mevrouw Ritman in wegens overtreding van artikel 24 van de Gemeentewet. De zaak werd voorgebracht bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, die de bezwaren van tafel veegden. Op 11 oktober 1929 werd mevrouw Ritman alsnog geïnstalleerd. De voorzitter van de gemeenteraad, burgemeester Doorninck, heette haar welkom en memoreerde ‘dat het een novum is in de geschiedenis van Oudewater, dat een vrouw tot het bekleeden der functie van lid van den Raad wordt geroepen.’ Zoals mevrouw Ritman in haar antwoord aangeeft, heeft met haar benoeming het passieve vrouwenkiesrecht voor Oudewater invulling gekregen.

Uit de notulen blijkt dat zij wel het nodige leedvermaak had over de poging van haar mederaadsleden haar buiten de raad te houden: ‘Spreekster kan in verband met de omstandigheden waaronder hare intrede in den Raad heeft plaats gevonden, niet nalaten op te merken dat in dezen tien mannen het hebben moeten afleggen tegen één vrouw.’

Mevrouw Ritman nam geen blad voor de mond en toonde als gemeenteraadslid een zeer praktische insteek. Een cursus Esperanto leek haar zonde van het geld, maar een cursus van de maatschappij van landbouw vond zij voor Oudewater zeer belangrijk. Zij maakte zich sterk voor de openbaarheid van de raadsvergaderingen. In diverse vergaderingen stelde zij de aansluiting op het gas-, waterleiding- en electriciteitsnet aan de orde: niet alleen voor inwoners van de bebouwde kom, maar ook voor de huizen buiten de binnenstad en in de boerenbuurten rondom de stad. Zij liet zich niet snel de mond snoeren: als het excuus was dat eigenaren van grond geen toestemming gaven voor het plaatsen van palen, voerde zij aan dat electriciteitskabels ook door de grond konden worden aangelegd. Toen de lokale School met den Bijbel in oktober 1930 een verzoek indiende voor subsidie voor een verbouwing en de bouw van een gymnastieklokaal, legde zij een uitermate vernieuwend plan op tafel: de bouw van één modern gymnastieklokaal dat door alle scholen in Oudewater gebruikt kon worden en de aanstelling van één bevoegd gymnastiekdocent die de kinderen van alle scholen les zou geven in dit vak. De burgemeester was direct gewonnen voor het plan, maar hoewel het met de schoolbesturen besproken werd, kwam het nooit van de grond. Uit verschillende van haar bijdragen blijkt haar contact met de bevolking: de grote toeloop van marskramers die soms onhebbelijk optreden, het ‘s nachts wegvallen van de druk op de waterleiding, de slechte naam die de ambtenaren bij de burgerij hebben, het feit dat ze precies weet welke huizen nog niet op de nuts-voorzieningen zijn aangesloten.  

Op 19 maart 1930 werd mevrouw Ritman benoemd tot lid van de commissie voor het trambedrijf, met een absolute meerderheid van stemmen. Op 16 oktober 1930 werd zij benoemd tot lid van de commissie voor publieke werken.

Mevrouw Ritman stelde zich aanvankelijk niet beschikbaar voor een tweede periode als raadslid: op 27 augustus 1931 nam zij afscheid van de raad. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1935 stond zij echter weer op de lijst van Gemeentebelang en werd zij opnieuw als raadslid gekozen. In de tussenliggende periode, van 15 juni 1933 tot oktober 1934, woonde haar stiefmoeder Ettha Tjardiena Feucht bij het echtpaar Ritman in. Zij is op 14 oktober 1934 overleden. Op 4 juli 1935 overleed George Ritman te Utrecht. Dit moet de reden zijn geweest dat mevrouw Ritman in de zomer van 1935 haar benoeming als gemeenteraadslid niet aannam.

Voor mevrouw Ritman volgde een onrustige periode. Zij wilde de apotheek niet van de hand doen, maar omdat zij zelf geen bevoegdheid had, moest er een apotheker worden aangetrokken. In de periode 1935-1939 waren achtereenvolgens Klaas Rosbergen, Louisa Geertruida Grooters en Martinus Kraal als apotheker in de apotheek Ritman werkzaam. Zij woonden in bij mevrouw Ritman. Pas in 1939 kwam er een duurzame oplossing: op 17 januari vestigde Willem Herman Frederikze zich als apotheker. Hij woonde met zijn vrouw en later hun kinderen in het huis Leeuweringerstraat 13 en mevrouw Ritman betrok de kamers achter de apotheek. De apotheek werd voortgezet onder de naam ‘Apotheek Ritman’ en volgens de overeenkomst met apotheker Frederikze had mevrouw Ritman recht op kost en inwoning.

Per 1 oktober 1961 verhuisde mevrouw Ritman naar Amersfoort. Enkele maanden later, op 19 februari 1962, nam zij haar intrek in het gloednieuwe rusthuis ‘’t  Oude Landt’ aan de Oudelandseweg 49 – nu Park Oudeland – in Woerden. Zij verkocht de apotheek en het naastgelegen woonhuis pas in 1971 aan apotheker Frederikze. Op 22 augustus 1978 overleed mevrouw Ritman in Woerden.