1366 - De Wiericke wordt gegraven en de Goejanverwellesluis wordt aangelegd

Vanaf de dertiende eeuw was het beheer van de dijken en het waterpeil in de polders in handen van waterschappen. Rond Oudewater waren tal van kleine waterschappen die samen vielen onder het Groot-Waterschap Woerden. Tot 1366 loosden de polders die behoorden tot het Groot-Waterschap Woerden hun water op de Rijn. In 1366 veranderde dat: er werd nu meer water geloosd op de Hollandsche IJssel. Om dat mogelijk te maken, werden de Enkele en de Dubbele Wiericke gegraven. Beiden kanalen werden voorzien van een sluis. De sluis van de Dubbele Wiericke was de grootste van de twee en is bekend als Goejanverwellesluis. De Dubbele Wiericke werd ook gebruikt voor scheepvaart, onder andere voor het transport van bakstenen die langs de Rijn waren gebakken. In dezelfde tijd werd de Korte Linschoten gegraven om ook via de Linschoten te kunnen afwateren.