1647 De weging

De weging

1647

‘Machtelt! Jullie kopen toch kaas van die familie Benschopper in de Lange Linschoten?’ Lysbeth heeft Machtelt bij de rug van haar jakje vastgepakt.
‘Weet je wel wat ze over vrouw Benschopper zeggen?’

Machtelt draait zich om. Haar vriendinnen Lysbeth en Mya staan achter haar. Uit de Leeuweringerstraat komt nog een vriendin aangelopen, Cornelia.
‘Vrouw Benschopper maakt lekkere kaas hoor!’, zegt Machtelt, ‘heb je het wel eens geproefd? Ze maakt zelfs kaas met kruiden.’

‘Maar Machtelt!’ zegt Mya, ‘weet je wel dat de kinderen van haar buren ziek zijn geworden van haar koekjes?’
‘Ach, misschien heeft ze per ongeluk te oud meel gebruikt’, zegt Machtelt.

Ondertussen is Cornelia erbij gekomen.
‘Benschopper heeft de buurvrouw voor het gerecht van Linschoten en Snelrewaard laten komen’, zegt ze.
‘Die buurvrouw, is dat niet Anneke Cornelisdochter?’ vraagt Machtelt, ‘Nou, dan weet ik wel waarom ze die verhalen vertelt! Die kan dus echt geen kaas maken. Voor je het weet, is die kaas beschimmeld en er komen zelfs bobbels op de kaas!’
‘Jakkes!’, zegt Lysbeth, ‘Zou ze dan gewoon jaloers zijn? Dat is gemeen, zeg!’

‘Vrouw Benschopper wil gewogen worden in de waag’, zegt Cornelia.
‘Ja!’, zegt Machtelt, ‘Net als al die mensen uit Duitsland. Maar hier in Nederland zetten we mensen niet meer op de brandstapel. Dat ze in Duitsland nog in heksen geloven!’

‘Nou’, zegt Cornelia, ‘In de Lange Linschoten zijn er ook nog mensen die in heksen geloven. Daar zit vrouw Benschopper mooi mee.’
‘Dat klopt’, zegt Mya, ‘Ik zag gisteren dat Willem en Cornelis Benschopper door andere kinderen gepest werden. Die zeiden dat hun moeder een heks was.’
‘Dat is gemeen!’, zegt Machtelt.

‘Kijk’, zegt Lysbeth, ‘Daar is ze, vrouw Benschopper, ze gaat naar burgemeester Verweij.’
‘Hebben jullie wel eens gezien dat iemand gewogen werd?’ vraagt Mya.
‘Nee joh’, zegt Machtelt, ‘Alleen mensen uit Duitsland laten zich wegen, waarom zou je daar nou gaan kijken?’
‘Ik weet het wel’, zegt Cornelia, ‘Als vrouw Benschopper gewogen wordt, gaat de vroedvrouw haar controleren op verborgen gewichten. Ze mag alleen een lang hemd aanhouden.’

‘Ik zou het helemaal niet fijn vinden als iedereen komt kijken als je gewogen wordt’, zegt Mya, ‘Sta je daar in je hemd!’
‘Maar als iedereen je naroept’, zegt Lysbeth, ‘En als je kinderen gepest worden. Ik denk dat mijn moeder het dan ook zou doen.’

‘Maar zouden ze onze moeders beschuldigen van hekserij?’, vraagt Machtelt, ‘Mijn moeder is de kleindochter van Jan Pieterszoon van der Lee. De voorouders van jouw moeder hebben ook meegevochten tegen de Spanjaarden, Lysbeth. Ik denk dat ze onze moeders niet zouden durven beschuldigen.’
‘En vrouw Benschopper is niet geboren in de Lange Linschoten, ze kenden haar daar niet’, zegt Cornelia.


Auteur: Nettie Stoppelenburg
Tijdvak: Tijd van regenten en vorsten | Hoofdlijn: Wie telt er mee?


Weetjes

Machtelt van Dam
Machtelt was de dochter van de lijndraaier Leendert Hendricksz van Dam en van Haesje Gijsbertsdochter van der Lee. Haar overgrootvader van Jan Pieterszoon van der Lee, die in 1575 vocht tegen de Spanjaarden. Zij is gedoopt op 30 juli 1636. Machtelt was vernoemd naar haar tante Machtelt van der Lee, die een jaar voor haar geboorte was overleden. Maar ze had nog een tante die zo heette, Machteld van Dam. Die was later ‘binnenmoeder’ in het Weeshuis van Oudewater, samen met haar man, die dus ‘binnenvader’ was. Samen zorgden zij voor de weeskinderen en ze zijn te zien op het schilderij dat in het stadskantoor hangt.
De vriendinnen van Machtelt
Lysbeth Samuelsz Iselsteyn, gedoopt 9 maart 1636, was de dochter van Gijsbert Samuelsz Iselsteyn, bakker en lijndraaier, en Aeltgen Jacobsz Copper. Lysbeth en haar ouders woonden in het huis Korte Havenstraat 10. Mya van Rodenburg, gedoopt 27 april 1636, was de dochter van Jan Claesen van Rodenburg, brouwer, en Margaretha Adriaansz de Lange. Mya en haar ouders woonden in het huis Markt oostzijde 8. Cornelia Jorisse, gedoopt 4 januari 1636, was de dochter van Joris Janse van Aelburch, timmerman, en Agnietge Dircx Alkemade. Cornelia en haar ouders woonden aan de oostzijde van de Leeuweringerstraat, waar nu het huis Leeuweringerstraat 44 staat. Cornelia werd later zelf waagmeester.
Vrouw Benschopper
Dat is Leentje Willemsdochter. Zij was getrouwd met Jan Aertsz Benschopper en ze woonde in een boerderij aan de Noord-Linschoterzandweg. Willem en Cornelis waren hun twee oudste kinderen.
De weging
In 1647 begon Jan Aertsz Benschopper een proces tegen Anneke Cornelisdochter, de vrouw van Simon Cornelisse. Simon en Anneke woonden ook in de Lange Linschoten. In de archiefstukken over het proces staat niet waar het precies over ging en ook niet hoe het afliep. Maar we weten uit het boek van dominee Borremans dat Leentje in 1647 in de waag is gewogen omdat ze beschuldigd werd van toverij.
Hoe ging het verder met Leentje?
Jan Aertsz Benschopper stierf in juli 1648. Leentje Willemsdochter stierf pas in november 1672. Ze kwam regelmatig bij de notaris en haar handtekening is te vinden onder verschillende aktes die de notaris schreef. Hun zoon Frans en een dochter stierven ook rond dat jaar. Zoon Cornelis bleef op de boerderij in de Lange Linschoten wonen. Zoon Willem had een boerderij in Diemerbroek. Cornelis en Willem gebruikten de achternaam ‘De Lange’.
Burgemeester Verweij

Dirck Jansz Verweij en Pieter Martensz van de Hoochcamer waren in 1647 burgemeesters van Oudewater. Er waren altijd twee burgemeesters en ze waren voor twee jaar burgemeester. In 1648 werd Mya’s vader voor twee jaar burgemeester.



Opdracht

Leentje werd beschuldigd omdat ze er niet bij hoorde. Kan dat nu ook nog gebeuren? Bespreek het in de klas.