1755 De bruinvis van Gorsseling van Varsseveldt

De bruinvis van Gorsseling van Varsseveldt

1755

Het is 1 november 1755. Bregetta is in de kelder van het huis aan de Visbrug om een pot ingemaakte kersen te pakken als ze een enorm lawaai hoort. Ineens vliegt de deur naar de haven open en het water stroomt de kelder binnen. Hoe kan dat? De deur is echt boven het water! Bregetta heeft geen tijd om na te denken, ze probeert zich vast te grijpen aan de planken waar de potten met inmaak op staan maar ze glijdt uit en ze valt in het water. Dan stroomt het water weer de kelder uit, alsof het opgeslurpt wordt. De pot met kersen glijdt met het water mee naar buiten. Bregetta hoort de schepen in de haven tegen elkaar bonken. Wat gebeurt er?

Als Bregetta is opgekrabbeld en naar boven loopt, hoort ze haar zusje Cornelia in de kelderkamer huilen. Bregetta kan haar eerst helemaal niet vinden, ze is in een hoekje weggekropen. Als ze uit het raam kijkt, ziet ze waar Cornelia van is geschrokken. De schepen in de haven zijn losgeslagen van hun touwen en er liggen mensen in het water en er drijven lege tonnen, overboord geslagen toen de schepen in beweging kwamen. De visbunnen van de visvrouwen op de Visbrug liggen op de buurtrap. Mensen op straat schreeuwen. Er komen steeds meer mensen op het lawaai af. Bregetta staat nog steeds in haar natte kleren met Cornelia tegen zich aan als haar moeder thuiskomt uit de brouwerij. Buiten gilt iemand dat de wereld vergaat. Uit de hal van het stadhuis komt Bregetta’s oom naar buiten, burgemeester Dirk van Pamburg. Naast hem staat de havenmeester, Gorsseling van Varsseveldt.

Het duurt wel een tijdje voordat de rust is weergekeerd. De burgemeester heeft de schutterij opgeroepen om de ramptoeristen weg te sturen. De drenkelingen zijn uit het water geholpen, de schepen liggen weer vast aan de kade en de schade wordt gerepareerd. Het zijn er paar drukke dagen voor de scheepmaker bij de Goudse Boom. Het water blijft rustig, maar veel mensen blijven bang.

Samen met haar moeder ruimt Bregetta de kelder op. Ze dweilen de tegels om de modder weg te krijgen. Maar Bregetta’s moeder gaat zo snel mogelijk weer aan het werk in de brouwerij. Er moet een transport bier naar Amsterdam. Zij houdt altijd toezicht op het inladen en ze houdt de kasboeken bij. Als de deur naar de haven wordt gerepareerd, moet Bregetta de timmerman en de slotenmaker maar ontvangen.

Negen dagen later lijkt het al bijna alsof er niets gebeurd is. Er zijn nog steeds mensen bang, maar het leven gaat door. Bregetta loopt over de Havenstraat naar de brouwerij als ze iets in het water ziet bewegen. Ze staat stil om goed te kijken tussen de schepen door. Het lijkt wel een grote vis met een vin op zijn rug! Is dat de walvis van Jona? Hier in de haven van Oudewater? Dat gaat niet passen! Ook de schippers hebben het al in de gaten. Zo’n groot beest kan veel schade veroorzaken aan hun schepen, zo kunnen ze niet varen. De havenmeester laat omroepen dat geen enkel schip mag vertrekken. De hekken bij de Utrechtse Boom en de Goudse Boom moeten gesloten worden zodat er ook geen schepen binnen kunnen varen. Maar dat kan zo niet lang duren. Elke dag vertrekken er schepen met touw en andere spullen naar Gouda, naar Rotterdam, naar Delft en naar Utrecht.

De havenmeester is niet voor één gat te vangen. De grote vis is ondertussen naar de Visbrug gezwommen en hij snuffelt aan de visbunnen die daar onder de brug hangen. Hij heeft honger. Waar heeft Gorsseling van Varsseveldt zo snel die grote haak en dat touw vandaan? Hij pakt een vis van de kraam van één van de visvrouwen en slaat die op de haak. En hij gooit de haak met de vis in het water. Het duurt niet lang voordat hij beet heeft en er zijn voldoende mannen in de buurt om hem te helpen. Zelfs de burgemeesters en de schepenen trekken mee! Zo trekken ze de vis over de buurtrap naar boven.

Een maand later staat Bregetta met haar broertjes en haar zusje in de hal van het stadhuis. Daar hangt de vis. De havenmeester heeft hem gevild en toen het skelet weer in de huid gestopt en opgevuld met stro. Hij is wel vijf voet lang!


Auteur: Nettie Stoppelenburg
Tijdvak: Tijd van pruiken en revoluties | Hoofdlijn: Leven in een kwetsbare delta


Weetjes

Bregetta van Pamburg
Wie was Bregetta van Pamburg? Bregetta was de dochter van bierbrouwer Jasper van Pamburg en van Maria van Ameyde. Ze was in november 1755 bijna 13 jaar oud en zat niet meer op school. Haar zusje Cornelia was net 7 jaar. Ze woonden in het huis op de hoek van de Visbrug en de Korte Havenstraat, Korte Havenstraat 1a.
De brouwerij
De brouwerij van Bregetta’s vader en zijn broer Dirk was Havenstraat 8.
Wat gebeurde er op 1 november 1755?

Op 1 november 1755 was er een zeebeving bij Lissabon gevolgd door een tsunami. Lissabon werd verwoest en door heel Europa was het water in beweging. Ook in Nederland en zelfs in Oudewater! Tot de aanleg van de Deltawerken was de Hollandsche IJssel een getijderivier met open verbinding naar zee. Zelfs in Oudewater merkte je nog iets van eb en vloed.
Op veel plaatsen steeg het water of daalde het waterpeil ineens en raakten schepen los van hun aanlegplaats. Op sommige plaatsen spoot het water op en stierven de vissen. In die tijd waren er geen telefoons, er was geen internet. Het duurde wel vier weken voordat de oorzaak van deze onrust in het water in Nederland bekend werd.

De bruinvis
Op 10 november 1755 zagen de inwoners van Oudewater een groot dier in de haven. Het was een bruinvis! Dat is de kleinste walvis, maar voor de haven van Oudewater, die toen ook nog eens vol lag met schepen, toch wel heel erg groot en gevaarlijk. Kennelijk was de bruinvis door de zeebeving de weg kwijt geraakt. De havenmeester, Gorsseling van Varsseveldt, ving de vis. Hij werd opgemeten en hij was meer dan vijf voet lang. De Rijnlandse voet, de maat die hier toen werd gebruikt, is iets meer dan 31 cm. De vis was dus ongeveer 1.60 meter lang. In die tijd werd er op zee gejaagd op bruinvis voor het vlees. De visvrouwen op de Visbrug hadden dus een goede dag, met zo’n grote vis! Gorsseling van Varsseveldt haalde zorgvuldig de huid van de vis en zette naderhand ook het skelet weer in elkaar. Hij vulde de bruinvis op en hing hem in de hal van het stadhuis. In de stadsrekeningen over 1755 die in 1756 werden opgemaakt, staat dat hij hiervoor 5 gulden en 5 stuivers kreeg. Als je dat omrekent naar euro’s, zou het 2 euro zijn, maar omdat geld toen veel meer waard was als nu, kun je zeggen dat die 5 gulden nu 200 euro zou zijn.
Wie was Gorsseling van Varsseveldt?
Gorsseling was geboren in Arnhem en hij was in 1745 burger van de stad geworden, toen hij werd aangesteld als havenmeester, marktmeester en gerechtsbode. Maar hij was ook touwslager. Gorsseling woonde in 1755 in het huis Leeuweringerstraat 21, waar nu een groentenwinkel is. Op de foto is dat het huis rechts met de luiken boven.
Afstammelingen van Gorsseling

Gorsseling was in 1742 getrouwd met een meisje uit Oudewater, Maria Ravestein.
Hun jongste dochter, Hendrina, trouwde met de touwslager Jan Stekelenburg.
De tweede zoon van Jan Stekelenburg en Hendrina van Varsseveldt werd vernoemd naar Hendrina’s vader, Gorsseling Stekelenburg dus. Deze Gorsseling werd ‘binnenvader’ in het ‘arm- en sieckhuis’, nu zou je zeggen: directeur van het verzorgingshuis. Gorsseling had weer een zoon Jan en die Jan had weer een zoon Gorsseling die ging werken bij de Machinefabriek, net als zijn zoon Jan Gorsseling. Er wonen nog steeds nakomeling van Gorsseling van Varsseveldt in Oudewater!
Bregetta’s broer Gijsbert trouwde met de zus van Jan Stekelenburg, Hendrina Stekelenburg. Zo werden ze uiteindelijk familie van elkaar.



Opdracht

Welke onderdelen van de Deltawerken zorgen ervoor dat er in Oudewater geen eb en vloed meer is?