De plattegrond van Oudewater

De plattegrond van Oudewater

1752

Ik zie dat je het boek van baljuw Van Kinschot aan het lezen bent, mag ik je daar wat over vertellen? Ik ben Gerard de Jongh en mijn vader, Johannes de Jongh, was stadsbouwmeester van Oudewater. Hij had het toezicht op de gebouwen van de stad, zoals het stadhuis en het weeshuis. Dat betekende dus dat hij het dak van die gebouwen inspecteerde, of alle dakpannen er nog wel goed op lagen, of het metselwerk nog wel goed was of dat de voegen bijgewerkt moesten worden en of de treden van het bordes van het stadhuis niet teveel versleten waren. En hij hield ook toezicht op de bruggen, de bestrating en zelfs op de straatlantaarns. Die worden natuurlijk alleen in de winter neergezet, als het vroeg donker wordt.
Mijn opa is timmerman en molenmaker. Hij woont in de Leeuweringerstraat en hij heeft daar een grote werkplaats. Maar hij is ook eigenaar van de houtzaagmolen in Willeskop, net buiten Oudewater dus. Daar kunnen ze balken zagen voor molens. Mijn opa zit ook in het stadsbestuur en hij heeft best veel voor Oudewater gedaan.

Zo komt het dat mijn vader baljuw Van Kinschot ontmoette. De baljuw wilde graag een boek over Oudewater schrijven, maar ja, hij woonde in Delft, hij kwam eigenlijk nooit in Oudewater en hij wist ook niet zo heel veel van onze stad af. Hij vroeg dus mijn vader om hem te helpen door beschrijvingen te maken van alle belangrijke gebouwen in Oudewater en iets op te schrijven over de geschiedenis van die gebouwen. Mijn vader vond het heel erg leuk om te doen. Er moest ook een plattegrond van Oudewater in het boek, echt een plattegrond van hoe Oudewater er nu uitziet. Dat kwam wel heel precies, want juist toen werd er gewerkt aan nieuwe vestingwerken rond de stad. Oudewater is een vesting in de Hollandse Waterlinie en de Staten van Holland vonden de vestingwerken niet meer aan de eisen voldoen. Juist in dat jaar, 1746, was duidelijk hoe het eruit zou gaan zien. De baljuw had een plattegrond laten maken voor het boek en die had hij naar mijn vader gestuurd om te kijken of hij het een goede plattegrond vond. Niet dus.

Ik was toen acht jaar en ik heb mijn vader geholpen om de stad op te meten voor de plattegrond die hij heeft gemaakt. Je doet dat met een meetketting. Elke schakel van de ketting is een voet lang. We werken hier met de Rijnlandse voet, dat weet je wel, toch? Je zet de eerste schakel van de ketting met een pen in de grond en dan leg je de schakels van de ketting uit tot het einde van de straat of tot er een bocht in de straat zit. Met de laatste schakel die je voor dat stuk gebruikt, trek je de ketting strak en dan zet je die met een pen vast in de grond. Zo weet je hoe lang een straat is. Ondertussen kun je vanaf die pen met de rest van de ketting de hoek omgaan en dan meet je ook de volgende straat op. Als mijn vader het ingetekend had, haalde ik de eerste pen weer uit de grond en dan gingen we verder.

Het is een mooie plattegrond geworden, alles klopt precies. Mijn vader wilde ook dat het noorden boven zou zijn op de kaart. Hij vond dat duidelijk en hij dacht dat iedereen het in de toekomst zo gaat doen. Een kaartenmaker had vast veel geld voor zo’n mooie plattegrond kunnen vragen. Baljuw Van Kinschot stuurde een vaatje haring en mijn vader kreeg een exemplaar van het boek. Weet je dat zijn naam niet eens in het boek bij de plattegrond staat? En de baljuw bedankt hem niet eens voor al het werk dat hij heeft gedaan.

Vorig jaar is mijn vader gestorven. Mijn moeder is hertrouwd. Ik woon nu bij mijn opa en oma in de Leeuweringerstraat. Mijn opa is aardig en hij leert mij veel. Mijn oma is heel streng voor mij. Ze heeft een hekel aan mijn moeder en ik lijk heel veel op mijn moeder. Ons huis aan het Rodezand is verhuurd, maar ik heb alle papieren van mijn vader verzameld en in een kist gedaan. Die staat nu op mijn kamer. Alle brieven die hij van baljuw Van Kinschot heeft gekregen, de kladjes van zijn beschrijvingen van de belangrijke gebouwen in de stad, ik ga het allemaal goed bewaren.


Auteur: Nettie Stoppelenburg
-- Selecteer tijdvak -- | --Selecteer hoofdlijn--


Weetjes

Wie was Gerard de Jongh
Gerardus Johannes de Jongh, zoals hij voluit heette, was geboren in 1738. In 1748 ging zijn moeder weg uit Oudewater. Gerard werd opgevoed door zijn grootouders en hij erfde later het timmermansbedrijf van zijn opa en de houtzaagmolen. Gerard was in 1780 voor het eerst burgemeester van Oudewater en hij is dat meerdere keren geweest. Zijn zoon Adrianus bouwde een groot huis bij de houtzaagmolen, aan de overkant van de weg. Dat is te zien op de foto’s van de houtzaagmolen.
Het boek van baljuw van Kinschot:

In 1746 stelde baljuw Gaspar Rudolph van Kinschot het boek ‘Beschrijving der stad Oudewater’ samen. In januari 1747 was het boek in een boekwinkel in Gouda te koop. In het boek staat een geschiedenis van Oudewater, gebaseerd op zeventiende-eeuwse geschiedenisboeken, en een beschrijving van de belangrijke gebouwen in de stad. Die beschrijving was dus gemaakt door Johannes de Jongh en hij kreeg daar een vaatje haring voor. Je kunt dat lezen in de brief die baljuw Van Kinschot aan hem schreef en het staat zelfs bij het adres.

Met een vaatje haringh

Wat is een Baljuw?

Dat was de vertegenwoordiger van het landsbestuur. Hij was ook de voorzitter van het ‘stadsgerecht’, de rechtbank van de stad. Omdat Van Kinschot bijna nooit in Oudewater was, had hij een plaatsvervanger aangesteld. Hij schreef wel veel brieven om die plaatsvervanger te vertellen wat hij moest doen, maar die brieven zijn niet bewaard gebleven.

Johannes de Jongh

Johannes de Jongh, de vader van Gerard, was houtkoopman maar ook stadsarchitect van Oudewater en van IJsselstein. Hij was getrouwd met Alida de Poorter, de dochter van een houtkoopman uit Leiden. Zij was veel jonger dan Johannes, dus zijn vrienden waren ook niet van haar leeftijd. Toen Gerard tien jaar was, kwam uit dat zijn moeder verliefd was op een andere man. In die tijd was scheiden bijna niet mogelijk, maar Alida ging wel ergens anders wonen. Johannes de Jongh overleed in 1751.

Molenmaker

Zo noem je een timmerman die molens bouwt en dus ook weet hoe het mechaniek van een molen in elkaar zit.

De opa van Gerard:

Dat was Gerrit de Jongh. Gerrit de Jongh zat in het stadsbestuur en hij was een paar keer burgemeester geweest. In die tijd was je voor twee jaar burgemeester en dan nam iemand anders van het stadsbestuur het weer over. Zijn eigenlijke beroep was timmerman en hij woonde in het huis Leeuweringerstraat 37. Herken je het huis op de oude foto? Je kunt het vergelijken met de nieuwe foto.

Houtzaagmolen in Willeskop:
Die was gebouwd rond 1725 en stond op de plek waar nu het pand Willeskop 212 staat. Er zijn oude foto’s van de houtzaagmolen, maar de molen is al rond 1900 gesloopt.
De Rijnlandse voet

Wij kennen nu de meter om een afstand aan te geven, maar voordat Napoleon het metrieke stelsel bedacht, had elke streek in Nederland zijn eigen maateenheid. Je had dus niet alleen de Rijnlandse voet, maar ook de Stichtse voet, de Amsterdamse voet en nog veel meer. De Rijnlandse voet was 31,4 cm. 12 Rijnlandse voet was bij elkaar 1 Rijnlandse roede. 1 Rijnlandse voet is 12 Rijnlandse duimen.

De plattegrond van Johannes de Jongh
Zoals Gerard vertelt, is het een hele goede plattegrond, in feite zelfs beter dan de plattegrond die kaartmaker Tirion een paar jaar later maakte. In die tijd was het nog niet gewoon om het noorden boven te tekenen op een plattegrond, maar dat werd het dus wel.
De papieren van Johannes de Jongh
Gerard is er inderdaad in geslaagd om veel te bewaren. Dat is nu in het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard als het archief van de Familie de Jongh. Je vindt daar onder andere deze brief van baljuw Van Kinschot, waarin hij schrijft dat hij niemand kent die bekwamer (‘bequamer’) is dan Johannes de Jongh. Je kunt je voorstellen dat Gerard zoiets wel wilde bewaren!


Opdracht

Welke oude maateenheden worden nog steeds gebruikt en waar kom je ze tegen?