Het graven van de Kerkwetering

Het graven van de Kerkwetering

1289

Het is nog nauwelijks licht als Claas op pad gaat met een emmer. De roggepap ligt nog zwaar op zijn maag, maar iets anders was er niet te eten.
Het is al weer jaren geleden dat de dijk van de IJssel doorbrak. Het land heeft toen maandenlang onder water gestaan. Claas is nu tien zomers oud, maar hij herinnert het zich nog wel. En toen de dijk was gemaakt, sijpelde er het volgende jaar weer water doorheen. De pastoor van Oudewater heeft zelfs akkers verkocht om aan geld te komen om de dijk sterker te maken. Er waren zoveel mensen die honger hadden omdat er niets wilde groeien op dat natte land. En het land is nog steeds erg drassig. Zo erg zelfs dat het korenzaad verrot in de grond. Rogge groeit nog wel en ook wel wat haver en gerst en knollen. Maar eigenlijk hebben ze bij Claas thuis niet genoeg te eten.

Er is nu een stuk weiland waar een paar geiten lopen te grazen. Geitenmelk is lekker en als er een geitje geslacht wordt, is er zelfs vlees. Vader heeft gisteren een geitenbokje geslacht en dat is heel bijzonder. Maar de buurtoudste is komen zeggen dat er een bode komt van heer Herman van Woerden en ze moeten vanavond allemaal verzamelen bij de driesprong. Claas hoopt dat hij ook een stukje geitenvlees krijgt, maar voor de zekerheid kan hij beter maar even kijken of er wat vissen in zijn fuiken zitten.

Claas loopt het land in, tot aan de wetering tussen Diemerbroek en de polder Noord-Linschoten. Daar heeft hij zijn visfuiken staan. En hij heeft geluk vandaag: er zit paling in zijn fuik.
Als Claas terugloopt naar de boerderij, sopt het onder zijn klompen. Het is eigenlijk wel fijn dat hij nog niet zo groot is! Je zou wegzakken in de modder hier. De sloten staan hoog. In de verte ziet hij het rieten dak van de boerderij al. Maar het is er rustig.

Een stukje verderop ziet hij veel bedrijvigheid. Zijn ouders en zijn zussen helpen vandaag om bij de buren een nieuwe boerderij te bouwen. De staanders, de balken die het dak omhoog houden, waren doorgerot. De mannen in de buurt hebben nieuwe balken gehakt. De laatste weken werd de stapel steeds hoger: lange balken, korte balken, alle maten die nodig zijn. De vrouwen hebben stukken vlechtwerk gemaakt, die in de zijmuren worden gezet, tussen de balken die de laagste delen van het dak dragen. Er is mest verzameld, en klei. Met mest, klei en water kun je leem maken. Dat smeer je dan aan twee kanten op het vlechtwerk en zo krijgt je boerderij muren. Als de hele constructie van het huis staat, kan er riet op het dak gelegd worden. Het riet is vorig jaar in de herfst al gesneden en het lag op grote stapels klaar voor de nieuwe boerderij. En aan het einde van de dag is de boerderij af. Er is een vuurplaats gemaakt, een ondiepe kuil. Zo’n boerderij is lekker warm, vooral in de winter als er ook dieren binnenstaan. Maar er moet natuurlijk geen water op het land staan, want dan spoelen de muren weg.

Als de ouders van Claas thuiskomen, zit de paling al in de pot die boven het vuur hangt. Op de steen bij het vuur heeft hij van de laatste roggepap koeken gebakken. Ze nemen het eten mee naar de de driesprong. Alle boeren uit de buurt zijn verzameld. De buurtoudste heeft het vlees van het geitenbokje gebraden en het ruikt heerlijk. Er staan banken voor de ouderen uit de buurt, kinderen en jonge mensen zitten op de grond of staan. Voor de bode staat een kruk met drie poten. Hij tast goed toe, zou er nog wat van dat geitenvlees over blijven? Er is zelfs een kroes dunbier voor hem.

Als er gegeten is, staat de bode op om zijn nieuws te vertellen. Heer Herman van Woerden heeft overlegd met de graaf van Holland en met de bisschop van Utrecht en ook met het stadsbestuur van Oudewater. Er is besloten dat de boeren van Diemerbroek een wetering mogen graven tot aan de IJssel bij Oudewater. Zo zal Diemerbroek eindelijk van dat water verlost worden! Het stadsbestuur van Oudewater zal toestaan dat de wetering bij Oudewater over het grondgebied van de stad loopt. Maar alle boeren uit Diemerbroek moeten helpen met het graven van de wetering, iedere boer een dag in de week. Claas besluit dat hij mee zal helpen. Hoe eerder hun land droog is, hoe eerder er weer genoeg te eten zal zijn.


Auteur: Nettie Stoppelenburg
Tijdvak: Tijd van steden en staten | Hoofdlijn: Leven in een kwetsbare delta


Weetjes

Claes en zijn familie
In 1289 woonden er al best veel mensen in Diemerbroek, maar we weten niet wie. Dat komt omdat er zijn maar heel weinig archieven uit die tijd bewaard zijn gebleven en er werd ook niet zoveel opgeschreven als nu. Maar de akte over de kerkwetering is wel bewaard gebleven, overschreven in een boek dat bewaard is in het archief van de Heerlijkheid Montfoort. Probeer het maar te lezen! In de derde regel staat ‘diemerbroec’. In de negende regel staat ‘papencoep’.
De dijkdoorbraak

In 1280 brak de dijk van de Hollandse IJssel bij Oudewater door. Hoe lang het land onder water heeft gestaan, weten we niet, dat is nergens opgeschreven. Maar dat er een probleem was, is zeker. Twee jaar later, in 1282, verkocht pastoor Dirk van Oudewater land van de kerk om de vervallen dijk te repareren.

Diemerbroek
‘Broek’ is een oud woord voor ‘moeras’. Voor de inpoldering was Diemerbroek dus een moeras. En na de inpoldering bleef het drassig, zeker als er ook een dijkdoorbraak was geweest. In 1280 waren de polders Papekop en Diemerbroek nog nauwelijks 100 jaar bewoond. Toch was het veen al aan het inklinken. Tegenwoordig rijd je in Diemerbroek over een geasfalteerde weg. In de tijd van Claas was dat meer een pad zoals op de foto.
De nieuwe boerderij

In die tijd waren alle boerderijen gebouwd van hout, met muren van vlechtwerk en leem en met een rieten dak. Dat soort huizen kun je zien in het Archeon en in het Eindhoven Museum. Zo’n boerderij gaat niet eeuwenlang mee, vooral niet als het zo drassig is als in Diemerbroek. Ook nu zijn er wel oude, maar geen eeuwenoude boerderijen in Diemerbroek. Die vind je wel op kleigrond zoals langs de IJsseldijk, in Hekendorp, Roosendaal en Willeskop.

Huis ME Archeon

vakwerkwand

boerderij Diemerbroek

Dun bier

Dunbier is een aftreksel van mout die al eerder voor een brouwsel was gebruikt. Het was dus het goedkoopste bier.

Herman van Woerden
In de dertiende eeuw hoorden Diemerbroek en Papekop bij wat nu de provincie Utrecht is. Over dat gebied was de bisschop van Utrecht de baas. Oudewater hoorde daar eigenlijk ook bij, maar omdat de bisschop geld nodig had, had hij Oudewater, Woerden en Bodegraven aan de graaf van Holland verkocht. Herman van Woerden was als leenman, eerst van de bisschop van Utrecht en later van de graaf van Holland, heer over dit gebied. Dat is ongeveer het gebied dat je op de oude kaart ziet. Deze kaart is getekend rond 1540. In die tijd was nog niet afgesproken dat op een kaart het noorden hoort.
De Wetering
In 1289 groeven de boeren van Diemerbroek de Kerkwetering. De Kerkwetering is een groot kanaal waardoor water uit Diemerbroek wordt afgevoerd. Waarschijnlijk hebben de boeren jarenlang onderhandeld om daar toestemming voor te krijgen. De Kerkwetering loopt van de driesprong bij Diemerbroek tot aan de Hollandse IJssel bij Oudewater. Het stuk bij Oudewater langs de wijk Klein Hekendorp is nu overkluisd. Het water gaat dus door grote buizen onder de weg.


Opdracht

Later was er nog meer nodig om in Papekop en Diemerbroek droge voeten te houden! Zoek op internet op ‘Broekmolen’ en ‘diesel gemaal Papekop en Diemerbroek’ en maak een verslag van wat er in vijf eeuwen allemaal gedaan is om het overtollige water af te voeren.