1733 Werken op de lijnbaan

Werken op de lijnbaan

1733

Het voelt vreemd om niet naar school te gaan en voor het eerst een hele dag te gaan werken op de lijnbaan. Maar Ary is twaalf geworden en met Pasen eindigde zijn laatste schooljaar. Alleen zijn broertjes Hendrik en Cornelis gaan nog naar school. Zijn oudere broers, Gijsbert, Jan en Geerlof, werken al jaren op de lijnbaan. Als er werk is tenminste. Zelfs zijn zus werkt dan mee met het spinnen. De baanschuur staat op de Schutterstoren en de lijnbaan loopt in de richting van de Biezenpoort.

Er is werk vandaag! Moeder is er ondanks alles in geslaagd niet alleen een opdracht binnen te krijgen maar ook om genoeg geld te lenen om hennep te kopen. Eigenlijk is het zelfs een wonder dat de lijnbaan nog bestaat. Moeder werkte samen met haar neef, Jacobus Rapenburg. Maar vorig jaar ontdekte ze dat hij haar bedroog. Zijn belangrijkste werk in het bedrijf was de verkoop van het touw. Als hij dat wegbracht, kreeg hij ook het geld van de verkoop. Maar hij deelde niet eerlijk en nu heeft moeder nog bijna 800 gulden van hem te goed. Zonder dat geld heeft ze eigenlijk niet voldoende kapitaal om hennep in te kopen en zonder hennep kan ze ook geen opdrachten uitvoeren. Moeder is al een jaar bezig met een rechtszaak en Rapenburg moet betalen, maar hij heeft het geld niet meer en hij betaalt telkens een klein beetje.

Zijn broers zijn al begonnen met hekelen. Ze trekken één voor één de bundels hennep door een hekel om mooie gladde vezels te krijgen en alle stukjes van de harde kern van de hennep uit de vezels te kammen. Er zijn verschillende soorten hekels. Het hekelen begint met een grove hekel met grote pennen die ver uit elkaar staan. Dan gaat de bundel hennep over een hekel met iets fijnere pennen die ook dichter bij elkaar staan. En zo verder, tot de vezel zo fijn is als nodig is voor het garen dat er uiteindelijk van gemaakt gaat worden. Als het voor een visnet is, moet het echt fijn zijn. Maar voor touw voor de tuigage van een schip hoeft het niet zo fijn. De deuren van de baanschuur staan open, want van hekelen komt veel stof.

Als er een paar bundels gehekeld zijn, volgt het spinnen. Ary heeft dat nog nooit gedaan en omdat het zijn eerste dag is, mag hij kijken. Zijn zus Maria en een ander meisje binden een bundel hennep voor hun buik. Met hun handen plukken ze uit de hennep een paar draadjes en tussen hun vingers wordt dat één draad. Ze maken die draad vast, elk aan één van de twee wielen. Bij die wielen zit een kleine jongen en nog een meisje.

Ary kent ze wel. Het meisje dat gaat spinnen, heet Anna Tuijthof en de kinderen achter de wielen zijn haar broertje Cornelis en haar zus Dirkje. Ze werken al jaren op lijnbanen als er werk te krijgen is, want hun ouders hebben geen geld om hen naar school te sturen. Ze wonen met zes kinderen in een huisje met één kamer in de Oude Huygensteeg. Bij Ary thuis hebben ze het ook niet echt rijk, maar zij hebben wel een mooi ruim huis in de Leeuweringerstraat. En ze hebben elke dag te eten. Anna ziet er nou bepaald niet uit of ze elke dag te eten krijgt, maar ze doet haar werk erg goed. Moeder huurt haar vaak in, als ze niet ziek is. Gelukkig is er sinds twee jaar een knechtsbeurs. Als je elke week dat je werkt en geld verdient een stuiver betaalt aan de beurs, krijg je een uitkering als je niet kunt werken omdat je ziek bent.

Terwijl Cornelis en Dirkje elk aan een wiel draaien, lopen Maria en Anna achteruit langs de wal. Onder hun handen verandert de gele bundel hennep in een fijne draad. Ary loopt met hen mee. Hij heeft twee klossen bij zich om na het spinnen het garen op te wikkelen. Als ze langs een galg komen, legt hij de draden over de galg om te voorkomen dat ze vies worden. Bij de Biezenpoort sluit hij de slagbomen om te voorkomen dat er wagens of paarden door de steeg komen en tegen de draden aan rijden of lopen. De meisjes lopen verder, want hoe langer de draad, hoe langer het touw dat er van gemaakt kan worden.
Eenmaal bij de Biezentoren zijn de bundels hennep op en de draad is dan ook lang genoeg. Anna krijgt prompt een hoestbui, ze kan bijna niet stoppen. Maria begint vast de draden op de klossen te wikkelen en Ary rent naar de baanschuur om wat water te halen voor Anna. Als hij terugkomt, is het hoesten over, maar hij hoort haar ademhaling piepen. En Anna is al weer aan het werk. Ze helpt ijverig mee met het oprollen van de draden. En terug bij de baanschuur bindt ze opnieuw een bundel hennep voor haar buik en samen met Maria loopt ze weer langs de wal.


Auteur: Nettie Stoppelenburg
Tijdvak: Tijd van pruiken en revoluties | Hoofdlijn: Wie telt er mee?


Weetjes

Ary

Dat is Ary van der Lee en hij is geboren in 1721 als zoon van Jan Gijsbertszoon van der Lee en Janetta Houmes. De vader van Ary schreef de geboortedata van de kinderen in de familiebijbel. Ook het overlijden van Jan Gijsbertszoon van der Lee en Janetta Houmes is in die bijbel opgeschreven. Ary’s vader stierf toen Ary 7 jaar oud was. De familiebijbel is bewaard in de Collectie Van der Lee bij het RHC Rijnstreek en Lopikerwaard.

Ary
Dat was op de kruising van de Van der Griendstraat en het Plesmanplantsoen. In de middeleeuwen stond daar echt een stenen toren als onderdeel van de stenen stadsmuur, maar in de tijd van Ary was dat een aarden bolwerk voor wal. Janetta Houmes had de baanschuur op de Schutterstoren van haar ouders geërfd en de schuur is tot het afgraven van de wallen in het bezit van de familie Van der Lee gebleven. Fotograaf E.C. Rahms maakte een foto van het afgraven van de wal op deze plek waar ook de baanschuur op te zien is.
Jacobus Rapenburg

Na het overlijden van Jan Gijsbertszoon van der Lee zette Janetta Houmes het bedrijf voort. Ze werkte samen met Jacobus Rapenburg. Hij was lijndraaier maar ook koopman en hij verkocht het touw van de baan van Ary’s moeder. Maar dat ging niet helemaal goed. In 1732 begon Ary’s moeder een rechtszaak tegen Jacobus Rapenburg omdat hij geld aan haar schuldig was.

Hoe ging het met de familie Van der Lee?
Het was een moeilijke tijd voor de touwindustrie en veel bedrijven moesten stoppen. Ary’s broer Jan ging later in Rotterdam bij een jeneverbranderij werken. Ary’s oudste broer Gijsbert werd schipper op Amsterdam, maar hij bleef wel de boekhouding doen voor het bedrijf van zijn broers en hij hielp hen ook bij de verkoop van het touw. Maria trouwde met de lijndraaier Jan Stekelenburg en zij hadden een lijnbaan in Oudewater. Ary’s jongere broers Hendrik en Cornelis zijn ook in Oudewater gebleven en hebben waarschijnlijk met Ary en Geerlof op de lijnbaan gewerkt. Ary van der Lee woonde waar nu het huis Leeuweringerstraat 13 staat.
Pasen als einde van het schooljaar

Dat is eeuwenlang zo geweest en pas in 1948 werd de zomervakantie het einde van het schooljaar. Veel logischer natuurlijk!

Biezenpoort

De Biezenpoort stond waar nu de kruising Biezenpoortstraat-Van Veenendaalstraat-Plesmanplantsoen is. Het was een klein poortje, alleen bedoeld voor de boeren aan de Noord-Linschoterzandweg. In 1740 is deze poort afgebroken en is de wal op deze plaats dichtgemaakt. Dat is gedaan om de vestingwerken rond de stad te verbeteren. Oudewater was een vesting in de Hollandse Waterlinie.

800 gulden

Vanaf 1 januari 2002 hebben we geen guldens meer, maar Euro’s. Maar die 800 gulden uit 1733 simpelweg omrekenen naar Euro’s van nu, dat zou niet kloppen want geld was toen veel meer waard. Die 800 gulden van 1733 zou nu een waarde hebben van ongeveer 400.000 Euro.

Hekelen

Hekelen, het kammen van de hennep, was een belangrijk onderdeel van het maken van touw. Hekelen bepaalde zelfs de kwaliteit van het touw. Op de foto zie je een hekel en op de prent zie je hoe het hekelen in zijn werk ging.

Een bundel hennep

Om te gaan spinnen, bond de spinner of spinster een bundel gehekelde hennep voor de buik. Daar komt de naam ‘geelbuik’ vandaan, want zoals je op de foto ziet, is hennep geel. En om te spinnen, moest je achteruit lopen.

Anna, Dirkje en Cornelis Tuijthof

Zij zijn de kinderen van Cornelis Dirckszoon Tuijthof en Anna Buytelaar. Vader Tuijthof had geen eigen bedrijf en waarschijnlijk werkten hij en zijn vrouw overal waar ze maar werk kunnen vinden. Maar er was in deze tijd niet zoveel werk te krijgen in Oudewater, er was veel armoede. Daarom lieten ze ook de kinderen werken. In 1733 is Anna is 13 jaar oud, Dirkje is 10 jaar oud en Cornelis is 6 jaar oud. Anna is een paar jaar later gestorven, net als haar moeder en een jonger broertje.

De knechtsbeurs
In de tijd waarin Ary leefde, was er nog geen sociale dienst. Geen werk betekende geen eten. De enige mogelijkheid was om bij de kerk te vragen om geld en eten. Tijdens een vergadering in 1730 besprak de kerkenraad van de hervormde kerk dat er wel heel erg veel lijndraaiersknechts en spinsters zonder werk zaten. De diaconie van de kerk, die geld gaf aan arme mensen, had eigenlijk niet genoeg geld om hen allemaal te helpen. Het kerkbestuur besloot dat er gepraat moest worden met het stadsbestuur. Het stadsbestuur besloot toen om een speciaal fonds op te richten, een ‘beurs’ heette dat toen. Personeel van de lijnbanen dat wekelijks iets betaalde aan de ‘lijndraaiersknechtsgildebeurs’, kreeg een uitkering als ze te ziek waren om te werken. De ‘lijndraaiersknechtsgildebeurs’ ging in 1731 van start. Elk jaar werden vier eigenaars van een lijnbaan aangesteld als ‘directeur’ en zij waren verantwoordelijk voor de boekhouding en de uitkeringen. In de eerste jaren werd de boekhouding heel precies bijgehouden. Zo kun je lezen dat Cornelis al op de lijnbaan werkte toen hij 4 jaar oud was.
De kist van de knechtsbeurs
Om de boekhouding en het geld goed te bewaren, werd een speciale kist gemaakt met vier sloten: elke directeur had één sleutel en de kist ging pas open als zij er alle vier waren met hun sleutel. Die kist is nu te zien in Het Touwmuseum.


Opdracht

1. Ga naar de plekken waar dit verhaal zich afspeelt. Wat staat er nu op de Schutterstoren? 2. Is er tegenwoordig nog kinderarbeid? Doe een onderzoekje op internet en denk daarbij bijvoorbeeld aan confectiekleding en aan elektrische auto’s.